1994: Zwanger! Eindelijk! Ik ben de eerste zwangere in familie- en vriendenkring. Ik weet niet wat ik allemaal kan verwachten. Ik laat het gewoon op me afkomen.

Mijn zwangerschap gaat voorspoedig. Geen klachten, juist extra energie.

Wat geniet ik van de voorbereidingen en vooral van het bewegende kindje in mijn buik.

Na 42 weken zwangerschap word ik doorgestuurd naar het ziekenhuis. Jammer ik had graag thuis willen bevallen. De gynaecoloog ziet op de echo dat het kindje te klein is voor het aantal weken. Ik zal zo snel mogelijk worden ingeleid.

De inleiding begint en de weeën doen hun werk. Ik mag gaan persen maar de baby ligt verkeerd. Na veel gesjor en geduw wordt ons kindje geboren. Ze wordt bij me gelegd, alles gaat in een roes aan me voorbij.

De volgende dag mogen we naar huis. Het voelt onwerkelijk om zomaar met z’n drieën het ziekenhuis uit te gaan. Ik realiseer me plotseling dat dit kleine mensje ervan af nu 24-7 bij zal zijn. Raar dat dat besef me een ongemakkelijk gevoel geeft.

We hebben een lieve kraamhulp. Na het eten gaat ze weg. De wieg staat bij ons op de kamer. Het bezoek loopt af en aan. Maar dan uiteindelijk zijn we weer met z’n drieën. Ik ben zo moe! Ik val in slaap maar wordt na een paar uur wakker met hartkloppingen. Ik voel me zo rot, ik vlucht naar beneden. Ik wieg van ellende heen en weer op de bank.

Als de kraamhulp komt vertelt ze dat het waarschijnlijk de dag van de kraamtranen is. Klinkt logisch, maar er komen geen tranen. Alleen een ongelooflijk rot gevoel. Het komt en het gaat.

De volgende nacht verloopt hetzelfde en ik wil maar één ding: weg! Vluchten van wat me zo ongelukkig maakt. Alleen dat doe ik niet, ik kan het niet. Ik heb een man en een kind. Ik durf er niet over te praten. Zelfs niet met mijn man. Ik schaam me verschrikkelijk.

Onze dochter huilt veel. Achteraf heeft ze door de verkeerde ligging bij de bevalling waarschijnlijk last van haar nekje gehad. Ik heb er zo’n moeite mee. Wat als ik zou sterven. Rust….

De doopdienst gaat volledig aan me voorbij. De gemeente staat ineens op en zingt ons toe. Dan komen de tranen, niet te stoppen, afschuwelijk. De dominee komt de volgende dag langs om te vragen hoe het gaat. Nou prima natuurlijk, gewoon de emoties van het moment. Zucht…

Na een maand of 3 neem ik mijn moeder in vertrouwen. Ik voel me nog steeds zo afschuwelijk. Ze adviseert me om naar de huisarts te gaan. Ik maak een afspraak en kan dezelfde dag nog terecht. Met horten en stoten vertel ik mijn verhaal. De conclusie van de arts is als volgt: “mevrouw u bent van de roze wolk af gedonderd.” Dit gaat vanzelf wel weer over. Vol schaamte fiets ik naar huis. Zal ik voor die auto schieten?

Met ons kindje gaat het prima inmiddels. Ze lijkt niets te merken van mijn gemoedstoestand. Als ik naar haar kijk zie ik een prachtig meisje met mooie grote bruine ogen. Maar ik voel niets. Of toch wel, schuldgevoel, schaamte, wanhoop. Waarom? Wat is er mis met mij? Dat rot gevoel blijft maar komen en gaan. Dag en nacht. Dag in dag uit.

Onze dochter is inmiddels 8 maanden en we gaan een weekje weg. Het rot gevoel lijkt inmiddels iets minder vaak de kop op te steken. Ik loop met de wagen in een winkel als een mevrouw me aanspreekt. “Wat een mooi meisje” zegt ze. Ik kijk naar mijn dochter en ik voel! Ik voel liefde, ik voel trots, ik voel mijn hart overstromen. Tegelijk gaan ook mijn tranen stromen. Eindelijk breekt de zon weer door, daar midden in de winkel voel ik onvoorwaardelijke liefde voor mijn kind.

Vanaf dat moment gaat het steeds beter. Als onze dochter 11 maanden is, verhuizen we naar een andere woonplaats. Ingrijpend, maar inmiddels gaat het echt beter. Een nieuwe woonplaats betekent ook een nieuwe huisarts. Tijdens ons eerste contact vertel ik hem voorzichtig wat er zich het afgelopen jaar heeft afgespeeld. Vol medeleven vertelt hij me, dat ik een postnatale depressie heb gehad. Dat daar helaas nog niet veel aandacht voor is, maar dat hij er veel over heeft gelezen. Er zouden inmiddels goede medicijnen zijn. Als ik het ooit nog aandurfde, zou hij me met alle liefde willen begeleiden.

En zo geschiedde. Na 4 jaar kwam onze zoon. Na twee lastige weken vond de huisarts de juiste medicatie en had ik al snel geen klachten meer. Ik ben heel open geweest naar mijn omgeving, wat ook beslist heeft geholpen. Na de geboorte van onze derde sloegen de medicijnen al na een paar dagen aan en heb ik zelfs genoten van de kraamtijd.

Wat een zegen dat er inmiddels meer aandacht is voor postnatale depressie. Wat een zegen dat er medicijnen zijn. Maar wat jammer dat er nog steeds een taboe rust op dit onderwerp. De wetenschap dat je niet de enige bent maakt een groot verschil.

Vanuit de hervormde kerk zijn er mensen die graag naar je willen luisteren en je verder kunnen helpen.

Vertrouwenspersonen:

Heidi van de Bovenkamp: 0342 550205

John van Kleeff: 06 53207747

Email: ppb@hervormdbarneveld.nl

Leave a Reply